Hardloopblessures en anatomie

Hardloopblessures komen veel voor in de fysiotherapiepraktijk. Jaarlijks worden er maar liefst 80.000 van gezien, waarbij in totaal zo’n 570.000 behandelingen plaatsvinden. Hardlopen is daarmee, na veldvoetbal, de meest blessuregevoelige sport (1).

Behalve acute trauma’s als bij een val of verstuiking, zijn er weinig harde gegevens over de oorzaken van hardloopblessures voorhanden. In de meeste gevallen wordt “overbelasting” gezien als de oorzaak, zonder dat hiervoor harde bewijzen te overleggen zijn (2).

Vooral de niet-wetenschappelijke literatuur legt de nadruk op de noodzaak van het dragen van de”juiste schoenen” en “goed advies” van gespecialiseerde schoenenzaken. Wat echter “goed” of “juist” is, wordt niet geconcretiseerd (2).

Ook blijkt de mate van pronatie en pronatiesnelheid geen evidente factor in het ontstaan van blessures. Onderzoeken van Messier & Pittala (1988) en Hreljac e.a. (2004) spreken elkaar tegen. In het laatstgenoemde onderzoek blijken juist lopers zonder overbelastingsverleden hogere pronatiesnelheden te vertonen (2).

Wanneer het niet duidelijk is hoe blessures tijdens het hardlopen ontstaan en wanneer een term als overbelasting niet te vangen is in maat en getal, hoe kunnen we dan als fysiotherapeuten, specialisten in beweging, komen tot een juiste behandeling?

De hedendaagse fysiotherapeut zal zoeken naar de best-evidence behandelmethode, maar…de evidentie is zwak, zo niet afwezig voor veel behandelvormen of preventieve maatregelen (3). Naar mijn stellige overtuiging dient de effectiviteit van een behandeling bij een bepaalde blessure pas getoetst te worden als bekend is waaróm je voor deze behandeling zou moeten kiezen. En daarvoor is toch op zijn minst kennis van de oorzaak noodzakelijk. Tenminste, wanneer je causaal wilt aangrijpen.

Ook nu denk ik, dat gedegen kennis van de functionele anatomie van het bewegingsapparaat essentieel is, om het ontstaan van blessures als het “tractus iliotibialis frictiesyndroom”, “shin splints” en het “hielspoor” ook maar enigszins te doorgronden.

(1) http://www.veiligheid.nl/ongevalcijfers/Cijfers-sportblessures-door-hardlopen
(2) Buist, I. en S. Bredeweg, Hardlopen en blessures. In: Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2009, Bohn Stafleu van Loghum, pp. 61-71
(3) Yeung, S.S. e.a., Interventions for preventing lower limb soft-tissue running injuries (Review), Cochrane Database for Systematic Reviews 2011, Issue 7


Dit onderwerp wordt besproken tijdens de AXCEN snijzaalcursus “Bekken en onderste extremiteiten: hardloopblessures en functionele anatomie“, 16 november 2011, UMC Utrecht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s